Conclusies klimaatrondetafel "Mobiliteit, Logistiek en Voertuigen" - 25 oktober 2016

De nood is hoog, maar voor de redding moet een versnelling hoger geschakeld worden

Klimaatbeleid zonder structurele ingrepen op het vervoer lijkt ondenkbaar. Maar de uitdagingen zijn groot, zowel op vlak van gedrag, mental shift, technologie als infrastructuur. De overheid kan zowel voor vertrouwen als voor innovatieve investeringen zorgen, maar mensen en bedrijven moet wel volgen.

De rondetafel Mobiliteit, Logistiek, Voertuigen van 25 oktober opende met een keynote presentatie door Arie Bleijenberg, gevolgd door een scherpstellen van de facts en figures.

Deelnemers maakten vooraf hun keuze voor een van de parallelle workshops. Ze bogen zich over enkele klimaatvoorstellen en gaven vele ideeën en engagementen over de kansen en de manier waarop de klimaatvoorstellen gerealiseerd kunnen worden.

Foto Vlaams minister Ben Wuyts op de Klimaatrondetafel Mobiliteit, Logistiek en Voertuigen van 25 oktober 2016PERSONENMOBILITEIT

Urban Vlaanderen, de Vlaming kiest voor de stad 

De deeltafel ‘personenmobiliteit’ sprak over enkele klimaatvoorstellen die de CO2-uitstoot aanzienlijk zouden verlagen. In deze pistes verdiepten ze zich in de rol die eenieder kan vervullen om een groenere toekomst waar te maken.

In 2030 gaat Vlaanderen volop voor verdichting van de stad. Een hogere bevolkingsdichtheid sluit niet uit dat steden leefbaar en aantrekkelijk kunnen zijn. Vooral wanneer een efficiënte infrastructuur, plaats voor fietsers en voetgangers en vlot aansluitend openbaar vervoer, en gedeelde elektrische mobiliteit toegankelijk zijn voor eenieder.

Een van de klimaatvoorstellen is het autogebruik beperken tot maximaal 40 procent in plaats van 70 procent vandaag. Inzetten op uitwerken van combimobiliteit en een overgang van overwegend gebruik van privévervoer naar het STOP-principe: stappen, trappen, openbaar vervoer en dan pas privé-auto- lijkt de juiste koers voor personenvervoer in Vlaanderen.

Openbaar vervoer: van versnippering naar standaardisatie

Pas wanneer de stadskernen dichter bevolkt zijn, kan het openbaar vervoer op een efficiënte en rendabele manier verbeterd worden zodat het een duurzame en volwaardige vervanger wordt voor de privé-wagen.

Samenwerking tussen overheid en de private sector is de sleutel tot een vlot verkeer. Multifunctionele vervoersknooppunten kunnen plaatsen zijn waar je zowel het openbaar vervoer kan nemen, je deelauto of stadsfiets kan parkeren en waar eveneens een laadpaal is voor elektrische voertuigen.

De deeltafel “personen-mobiliteit” stelde voor een geïntegreerd platform te creëren. Via dit platform kunnen gebruikers informatie verkrijgen over de beste route voor het traject dat ze willen afleggen en over de beschikbaarheid van het aangewezen vervoermiddel. Bovendien zouden ze via datzelfde platform kunnen reserveren en betalen voor hun vervoer.

Foto Jochen De Smet (raadgever kabinet Tommelein) op de Klimaatrondetafel Mobiliteit, Logistiek en Voertuigen van 25 oktober 2016Mens staat centraal

De leden van de deeltafel zijn ervan overtuigd dat de Vlaming de voorstad zal willen inruilen voor de stad mits enkele veranderingen in woon- en werkgelegenheid. In de dichtbevolkte stad mag het niet ontbreken aan voldoende groene ruimten en veilige recreatiegelegenheden voor kinderen.

Om ervoor te zorgen dat de verplaatsingen van iedere Vlaming de vijf kilometer niet overstijgt, moet ook de werkplek dichterbij huis zijn.

Daarvoor zijn enkele ondersteunende maatregelen nodig die ervoor zorgen dat eenieder van job kan veranderen en/of minstens een dag van thuis werkt.

De nood is hoog, de zin voor urgentie (nog) niet nabij?

De hoogdringendheid van de klimaatverandering lijkt nog niet door te dringen bij het brede publiek. Volgens de deelnemers van de rondetafel is het sensibiliseren van de bevolking door in te zetten op de mentaliteitswijziging een van de belangrijkste uitdagingen.

Ook een slimme kilometerheffing waarin alle kosten verrekend zijn en een mobiliteitsbudget ter vervanging van bedrijfswagens moeten ervoor zorgen dat de burger steeds meer te winnen heeft bij de nieuwe, klimaatvriendelijke benadering van het personenvervoer.

Anno 2016 zet de overheid echter nog steeds in op de vergroting van de wegcapaciteit. Er is dus een drastische koerswijziging nodig. Met incentives en groene taxatie zou de overheid deze onontbeerlijke veranderingen kunnen versnellen.

Wie gebruik maakt van deel-mobiliteit, wordt beloond; wie vervuilt, betaalt!

LOGISTIEK

Foto ir. Filip Boelaert (secretaris-generaal departement MOW) op de Klimaatrondetafel Mobiliteit, Logistiek en Voertuigen van 25 oktober 2016Multimodaliteit, te land, ter zee en over spoor; synchromobiliteit

Vrachtvervoer gebeurt vandaag voornamelijk via vrachtwagens op fossiele brandstoffen omdat het de goedkoopste optie is, maar ook omdat de aansluiting tussen de andere mogelijkheden niet altijd even naadloos verloopt.

In een ideale wereld switcht een cargo met gemak van containerschip, naar binnenvaart en spoor en blijft de baan voorbehouden voor het allerlaatste deel van het traject.

Voor 2030 streeft de deeltafel logistiek naar een maximum vrachtwagengebruik van 70 procent, met een bijkomende reisweg over spoor, binnenvaart, met korte trajecten over zee en via pijpleidingen. Het gaat er dus om alle modi beter te benutten.

Een hoogwaardig en transparant cargo-aanbod moet afgestemd zijn op internationaal niveau in de vorm van corridors en hubs. Een eerlijke en transparante prijszetting zorgt ervoor dat een behoorlijke concurrentie mogelijk is.

Bedrijven moeten de reflex creëren hun vracht te vervoeren via een keten van verschillende vervoerswijzen. Bovendien moeten ze het lange afstandstransport ontkoppelen van het korte afstandsvervoer.

Vertrouwen promoten, struikelblokken overwinnen

Het spoorvervoer moet daarvoor meer ambitieuze doelstellingen vooropstellen. Vandaag beoogt het spoor een jaarlijkse 1 procent groei marktaandeel, tegen 2025 wordt dat opgetrokken naar 13 procent.

Voor de Vlaamse overheid ligt een voortrekkersrol weggelegd, niet zozeer om de gevarieerde transportmodus te subsidiëren, wel om de samenwerking mogelijk te maken en ervoor te zorgen dat er meer vertrouwen heerst tussen de verschillende actoren van de transportsector.

Om deze vooruitstrevende doelstellingen te behalen, is het essentieel dat de huidige struikelblokken weggewerkt worden. Vooralsnog verloopt de samenwerking tussen spoor, binnenvaart en weg stroef, sterker nog de verschillende verladers opereren naast elkaar en zijn niet op elkaar afgestemd.

Omwille van privacy-redenen en angst voor klantenverlies ligt het delen van gegevens binnen de bedrijfswereld gevoelig.

Bovendien vormen administratieve eisen -die met de verschillende stappen van een transportketen gepaard gaat- een bijkomend obstakel voor een eenvoudige overgang tussen de verschillende vervoerswijzen.

Een van de grote belemmeringen om de verschillende vervoersmogelijkheden aan te boren, is de wetgeving rond nachtwerk. Het zou nochtans een optie kùnnen zijn optimaal gebruik te maken van de daluren om onder meer congestie te vermijden.

Foto notitiebord werkgroep logistiek tijdens de Klimaatrondetafel Mobiliteit, Logistiek en Voertuigen van 25 oktober 2016Groeiende sector biedt kansen

In de groeiende transportsector is er alvast ruimte voor technologische innovatie en vernieuwende businessmodellen. Ook in de bestaande voorzieningen is er potentieel dat niet volledig benut wordt.

Bijvoorbeeld voor het spoorvervoer, de infrastructuur is aanwezig, op enkele missing links na. Toch gebeurt het gros van het goederentransport nog steeds per vrachtwagen. Nochtans zou vernieuwing werkgelegenheid creëren, zowel rechtstreeks als onrechtstreeks.

Indien het spoor tegen 2020 75 procent meer goederenvervoer opvangt, betekent dit een jaarlijkse marktgroei van 1 procent oftewel 32.000 vrachtwagens minder op de weg, goed voor 406.000 ton CO2-uitstoot.

Hogere beladingsgraad

Net als er in het personenvervoer een mentaliteitswijziging moet plaatsvinden, moet ook het vrachtvervoer van koers wijzigen door zowel de behoefte als de capaciteit te delen.

In plaats van beslag te leggen op containers, moeten verladers hun transportnoden kunnen delen met collega verladers. Dit vereist uiteraard een hoger niveau van vertrouwen tussen verladers en, praktisch gezien, toegang tot een platform, de mogelijkheid om de vervoerde vracht virtueel te volgen.

De overheid kan in deze ontwikkeling de facilitator zijn zonder de nieuwe maatregel te subsidiëren. Hiervoor is een goed bestuursmodel nodig voor dataverspreiding.

Deze deelcultuur staat niet per se voor verlies, daarom is een uitgewerkt verdienmodel nodig dat de gedeelde winst onderstreept.

Snoeien in de vervoersafstand

Een regionale organisatie bestaande uit regionale logistieke knooppunten staat in voor de verkorting van de vervoersafstand. Samenwerking tussen verschillende vervoerswijzen is mogelijk dankzij incentives en maatregelen met een bovenlokale visie op ruimtelijke ordening en mobiliteit.

Met een duidelijk doelgedreven locatiebeleid stuurt de overheid deze samenwerking en richt ze een lerend netwerk in. Ze zet een regie op die de keten optimaal faciliteert en betrekt stakeholders bij de uitwerking van het beleid om een slimme clustering mogelijk te maken.

Deze maatregel zal meer voeten in de aarde hebben, de stedenbouwkundige voorschriften zijn nog niet aangepast om dit voordelige dienstenaanbod te realiseren.

Foto plenaire zaal op de Klimaatrondetafel Mobiliteit, Logistiek en Voertuigen van 25 oktober 2016De ideale verhouding

In 2030 kan de transportsector de ideale verhouding bereiken tussen het aantal vervoersbewegingen en de hoeveelheid vracht. Voor het transport op korte afstand is efficiëntie nodig, met aandacht voor stedelijke bereikbaarheid.

Het transport op lange afstand, biedt winsten bij multimodaal vervoer en in beperkte mate bij het gebruik van lange zware voertuigen en alternatieve brandstoffen.

De overheid kan een kader creëren rond stedelijke logistiek, in dialoog gaan met lokale handelaars en promotie voeren rond duurzame levering.

Wanneer verladers de krachten bundelen, bereiken ze een optimaal gebruik van de vervoersbewegingen. Logistieke dienstverleners en lokale ondernemers kunnen samen gezamenlijke afhaalpunten opzetten.

Laatste loodjes

Het spreekt voor zich dat deze samenwerkingsketen een kostprijs heeft en dat de consument deze doorgerekend krijgt.

Om dit mogelijk te maken moeten personeel en voertuigen bij transportbedrijven duurzaam ingezet worden en ook gebruik maken van de alternatieve vervoersmogelijkheden.

Voor een scherper bewustzijn van de hoogdringendheid om de koers te wijzigen is een label op productniveau nodig, dat aangeeft wat de ecologische voetafdruk is van een vervoerde vracht.

ELEKTRISCHE VOERTUIGEN? JA, NATUURLIJK!

Hoewel vandaag de eigenaars van elektrische voertuigen nog eerder een uitzondering zijn, ziet de deeltafel voertuigen elektrische auto's als een aangewezen alternatief voor de brandstofwagen.

Van laadpaal tot stopcontact

In de hoofden van vele Vlamingen lijkt het vandaag nog een moeilijke taak om de batterij van een elektrisch voertuig te laden. Bij vele automobilisten leeft de angst om plots zonder stroom te vallen op de weg. Vandaag is die bezorgdheid misschien niet helemaal ongegrond.

Volgens de deeltafel voertuigen zijn twee factoren doorslaggevend. Enerzijds is er nood aan duidelijke communicatie over de locatie en bezettingsgraad in real time van de bestaande laadpalen. Anderzijds zijn moeten er meer (snel)laadpalen komen op basis van de vraag van de gebruikers. Bovendien is er de mogelijkheid een elektrische auto thuis te laden.

Foto Tania Van Mierlo (diensthoofd dienst Lucht, departement LNE) op de Klimaatrondetafel Mobiliteit, Logistiek en Voertuigen van 25 oktober 2016Zware kost of economische meerwaarde?

Deze ambitieuze veranderingen vergen verregaande investeringen, maar creëren evenzeer mogelijkheden voor samenwerking op verschillende niveaus: tussen de privé-sector en de overheid, tussen burgers door middel van gedeeld rijdend en tussen leveranciers en netbeheerders.

De doelstellingen voor 2030 -onder meer de reductie van CO2-uitstoot- bieden bijkomende kansen en voordelen voor de hele samenleving. Een van de belangrijkste neveneffecten van deze klimaatvoorstellen is de creatie van werkgelegenheid.

Niet alleen zal deze nieuwe sector de economie een broodnodige boost geven, de schone energie biedt mogelijkheden om de stroom te hamsteren. Via slimme netwerksystemen kan deze stroom opgeslagen worden.

Koers zetten en houden

Zulke ingrijpende veranderingen gaan niet over een nacht ijs, des te meer omdat de verschillende actoren aan hetzelfde zeel moeten trekken. Bijvoorbeeld wagenfabrikanten en platformen werken samen, over de grenzen heen, om een standaard laad- en informatiesysteem te implementeren.

Het is aan de overheid om de fiscaliteit aan te passen aan de vernieuwingen en een spreidingsplan uit te werken om deze innovaties gefaseerd in te voeren. Ook de brandstofwagens in stappen uit de roulatie halen, is een rol die weggelegd is voor de overheid.

Het is cruciaal dat de overheid zich op lange termijn zou engageren om tegen 2030 uitsluitend zero-emissie auto's op de Vlaamse wegen te hebben. Volgens de deeltafel is het essentieel dat het beleid daar consistent in is.

Iedereen draagt een steentje bij

De overheid heeft een voorbeeldfunctie en zou dus niet achterop mogen hinken of zich ambivalent opstellen ten opzichte van deze doelstellingen.

Toch kan men de vernieuwing niet uitsluitend in de schoenen van de overheid schuiven, een transversale inspanning is onontbeerlijk voor duurzame verandering.

De industrie moet blijvend inzetten op onderzoek en ontwikkeling en is verantwoordelijk voor het verspreiden van de vergaarde kennis. De gewone burger moet inzien dat hij niet hoeft in te boeten aan levenskwaliteit en dat de verandering haalbaar en voor het algemeen goed is.

Vandaag bestaan er reeds premies voor de aankoop van elektrische wagens. Indien de vraag naar dit type auto's -dankzij mogelijke incentives en maatregelen van de overheid- binnen vijftien jaar hoog genoeg is voor massaproductie, zal die financiële stimulans tegen 2030 overbodig zijn.

Foto plenaire zaal op de Klimaatrondetafel Mobiliteit, Logistiek en Voertuigen van 25 oktober 2016Strenger optreden en gul belonen

Om de afschaffing van de brandstofmotor tegen 2030 voor te bereiden op een realistische wijze, zou tien jaar vooraf reeds een wet gestemd moeten worden en zouden Vlaamse actoren druk moeten zetten op de Europese commissie voor de normering van deze wet.

De onderwijssector en de beroepswereld kunnen de handen in elkaar slaan om een tekort aan geschoold personeel te vermijden. Ook zouden garagisten de kans moeten krijgen zich te herscholen voor het onderhoud en de herstelling van de elektrische voertuigen.

Incentives voor deze herscholing zouden een welkome en noodzakelijke maatregelen zijn van de overheid.

Andere pistes die deze deeltafel verkende zijn enerzijds de toepassing van strengere CO2-normen op kortere termijn en anderzijds verplichte ecorijlessen voor professionele chauffeurs en automobilisten. Bij wijze van aanmoediging zou een beloning voor de zogenaamde ecodrivers een doeltreffende maatregel kunnen zijn.

Buiten de brandstof-box!

Buiten de lijntjes kleuren met het oog op duurzame en radicale schone vernieuwing is een must. Bijvoorbeeld door vrachtvervoer -dat vooralsnog een reële uitdaging is voor de schone energiesector- op methanol gedreven batterijen te laten rijden.

In dit vernieuwingsproces is een rol weggelegd voor de actoren van vandaag. Bestaande leasemaatschappijen kunnen advies verstrekken en hun klanten aansporen voor schone wagens te kiezen.

Ook de overheid zou sensibiliseringscampagnes voor haar rekening kunnen nemen en voor de eigen vloot zouden uitsluitend elektrische deelvoertuigen aangekocht kunnen worden. Bovendien vraagt deze radicale vergroening revolutionair fiscale groene maatregelen.