Het Akkoord van Parijs

Op 12 december 2015 ondertekenen 195 landen een ambitieus, bindend en billijk mondiaal klimaatakkoord. Dit akkoord vormt de langverwachte opvolger van het Kyoto protocol. Voor het eerst in de geschiedenis verbinden bijna alle landen zich ertoe om actie te ondernemen tegen de klimaatverandering.

Als belangrijkste doelstelling in het Akkoord van Parijs wordt afgesproken om de temperatuurstijging ruim onder 2°C (t.o.v. de pre-industriële periode) te houden en een  beperking tot 1,5°C na te streven. Daarvoor moeten de globale emissies zo snel mogelijk pieken en vervolgens snel afnemen. Het objectief is om in de tweede helft van deze eeuw een evenwicht te bereiken tussen de uitstoot van door de mens veroorzaakte broeikasgasemissies en de opname door ‘sinks’ (koolstofputten)*.

Hoe zal dit bereikt worden?

Het akkoord werkt via een zogenaamde ‘bottom-up’ aanpak. Elke ondertekenaar heeft een eigen doelstelling of bijdrage waarvoor het verantwoordelijk is. In aanloop naar de Klimaattop in Parijs werden alle deelnemers uitgenodigd om hun vooropgestelde bijdrage mee te delen. Voor en tijdens de top maakten 187 van de 195 landen, goed voor meer dan 95% van de globale uitstoot, hun beoogde bijdrage bekend. Ook de Europese Unie. De EU zal haar emissies tegen 2030 met minstens 40% verminderen t.o.v. 1990 (cf. het Europees Klimaat- en Energiepakket 2021-2030).

Als alle meegedeelde bijdragen worden uitgevoerd, zal de gemiddelde temperatuurstijging tegen het einde van deze eeuw 2,7°C tot 3,5°C bedragen. Wat een aanzienlijke vooruitgang betekent t.o.v. de situatie vòòr de top (4°C tot 5°C opwarming). Maar onvoldoende om de overeengekomen doelstelling te behalen. Daarom voorziet het akkoord in een dynamisch ambitiecyclus waarbij het inspanningen systematisch worden opgetrokken. Om de vijf jaar wordt gecontroleerd of de som van de bijdragen voldoende is om de globale doelstelling (ruim onder 2°C en 1,5°C nastreven) te behalen. Op basis van die evaluatie moeten alle deelnemers een nieuwe eigen bijdrage voorbereiden en meedelen. Die nieuwe bijdrage moet minstens even streng zijn als de vorige en de hoogst mogelijke ambitie weerspiegelen (rekening houdend met de eigen nationale omstandigheden).

Naast mitigatie bevat het Akkoord van Parijs ook duidelijke afspraken en verplichtingen voor andere domeinen:

  • Adaptatie
    Adaptatie is de aanpassing van de samenleving aan de gevolgen van klimaatverandering.
    Elke ondertekenaar moet verplicht een planning uitwerken en maatregelen implementeren om zich aan te passen aan de gevolgen van de klimaatverandering. Er wordt afgesproken dat iedereen op regelmatige basis over dit proces communiceert. De regels hiervoor (vereiste inhoud, timing,…)zullen de volgende jaren verder uitgewerkt worden.
  • Financiering
    De ontwikkelde landen verbinden zich ertoe om ook na 2020 voldoende financiële middelen vrij te maken. Op de Klimaattop in Kopenhagen (eind 2009) verbonden ze zich om tegen 2020 jaarlijks 100 miljard USD te voorzien voor de ondersteuning van het klimaatbeleid van ontwikkelingslanden. Dit engagement wordt verlengd tot 2025. Voor 2025 moet er een nieuw akkoord gesloten worden over een nieuwe, hogere financieringsdrempel voor de periode na 2025. Ontwikkelde landen moeten tweejaarlijks rapporteren over de vrijgemaakte financiële middelen. Niet enkel uit het verleden (ex post), maar ook de te verwachten bijdragen voor de komende jaren (ex ante).
    Naast deze financiering van de ontwikkelde landen, worden ook ontwikkelingslanden uitgenodigd om bijkomende middelen vrij te maken op vrijwillige basis.

 

* Het verwijderen van koolstof uit de atmosfeer en de opslag ervan in (koolstof)putten (bijvoorbeeld oceanen, bossen, bodems,…) via natuurkundige, biologische of antropogene processen zoals fotosynthese, antropogene technologieën die uitgestoten CO2 van industriële processen afvangen en ondergronds opslaan (CCS of Carbon capture and storage), ...

Meer informatie