Het Europees Klimaat- en Energiepakket 2021-2030

In oktober 2014 bereiken de Europese regeringsleiders een akkoord over het Klimaat- en Energiepakket 2030. Dit pakket bevat 3 doelstellingen:

  • een bindende, interne broeikasgasvermindering van minstens -40% t.o.v. 1990;
  • een op EU-niveau bindende belofte voor hernieuwbare energie van minstens 27%;
  • een indicatieve energie-efficiëntiedoelstelling van minstens 27%.

De interne doelstelling om broeikasgassen te verminderen wordt verdeeld tussen de sectoren die vallen onder het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) en de andere  sectoren:

  • Sectoren die onder het EU ETS vallen, moeten hun uitstoot op Europees niveau tegen 2030 verminderen met 43% t.o.v. 2005;
  • Alle andere sectoren (de zogenaamde niet-ETS sectoren, waaronder transport, gebouwen, landbouw en afval) moeten hun uitstoot tegen 2030 verminderen met 30% t.o.v. 2005. Deze doelstelling zal verder opgedeeld worden in bindende, nationale doelstellingen, die zullen variëren tussen 0% en -40%.
    De Europese Commissie publiceerde midden 2016 een voorstel met de niet-ETS doelstelling per lidstaat. Deze verdeling wordt momenteel besproken op Europees niveau. Voor België stelt de Commissie een doelstelling voor van -35% in 2030 t.o.v. 2005.

 

Grafische voorstelling broeikasgasdoelstelling Europees Klimaat- en Energiepakket 2021-2030

Er wordt een nieuw bestuurssysteem uitgewerkt zodat de doelstellingen uit Klimaat- en Energiepakket 2030 zeker behaald worden. Dit houdt in dat elke lidstaat een Nationaal Actieplan moet opstellen voor de 5 dimensies van de Energie Unie: bevoorradingszekerheid, interne markt, energiebesparingen, het koolstofarm maken van de economie en onderzoek en ontwikkeling. Tegelijkertijd moet elke lidstaat een langetermijnvisie uitschrijven voor de realisatie van een koolstofarme economie tegen 2050.

In de voorlopige richtlijnen van de Europese Commissie wordt voorgesteld om de opmaak van deze plannen reeds in 2016 aan te vatten, om in 2017 de ontwerpplannen over te maken aan de Europese Commissie en om ze te finaliseren in 2018. De concrete vereisten en timing van deze nationale actieplannen worden in de loop van 2016 in overleg met de lidstaten uitgewerkt.