Hoe worden de 2020-doelstellingen verdeeld binnen België?

België heeft eigen doelstellingen voor elk van de aspecten uit het Europees Klimaat- en Energiepakket voor de periode 2013-2020. De inspanningen om deze doelstellingen te behalen zijn tussen de 3 gewesten én de federale overheid verdeeld. Op 4 december 2015 sloten de 4 klimaatministers hierover een akkoord.

Hoe worden de inspanningen verdeeld?

Voor België geldt een reductiedoelstelling van 15% tegen 2020. De verdeling tussen de verschillende overheden is als volgt: Vlaanderen zal haar broeikasgasuitstoot met 15,7% verminderen, het Waals Gewest met 14,7% en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met 8,8%. Daarnaast verbindt de federale overheid zich ertoe om ook een inspanning te doen. Zij zal nieuwe beleidsmaatregelen nemen die de broeikasgasuitstoot over de drie gewesten heen verminderen met 7.000 kton CO2-eq tegen 2020*.

*t.o.v. 2005.

Wat met hernieuwbare energie?

België verbond zich ertoe om het aandeel hernieuwbare energiebronnen te laten stijgen tot 13% in 2020. Daarnaast engageerde ons land zich ook tot een energie-efficiëntiedoelstelling van 17,8% (in het kader van de Europese energie-efficiëntierichtlijn). Elk van de 3 gewesten tekende voor een stijging van hernieuwbare energieproductie tegen 2020:

  • Vlaanderen: 2,156 Mtoe*
  • Waals Gewest: 1,277 Mtoe*
  • Brussels Hoofdstedelijk Gewest: 0,073 Mtoe*

De federale overheid beloofde een hoeveelheid hernieuwbare energie van 0,718 Mtoe* via het stimuleren van offshore windenergie. Ook voor de transportsector wordt 10% hernieuwbare energie in 2020 vooropgesteld, in combinatie met gewestelijke beleidsmaatregelen.

* Mtoe staat voor megaton olie-equivalent. Mtoe is een rekeneenheid die gebruikt wordt om de hoeveelheid energie van verschillende energiebronnen vergelijkbaar te maken. Eén ton olie-equivalent is ongeveer gelijk aan de netto warmte-inhoud van 1 ton ruwe aardolie.

Hoe worden de Belgische veilingopbrengsten uit het EU-ETS verdeeld?

Uit de veiling van EU-ETS-emissierechten in de handelsperiode 2013-2020 ontvangt België extra inkomsten.

Momenteel is er al 326 miljoen euro beschikbaar uit deze veiling. Daarvan krijgt Vlaanderen een aandeel van 53%, of ca. 173 miljoen euro. Voor het Waalse Gewest, het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en de federale overheid bedraagt het aandeel respectievelijk 30%, 7% en 10%.

Ook de komende jaren worden er veilinginkomsten verwacht maar de verdeelsleutel zal licht wijzigen. Het aandeel voor Vlaanderen zal 52,76% bedragen, terwijl het Waalse Gewest, het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en de federale overheid respectievelijk recht zullen hebben op 30,65%, 7,54% en 9,05%. Op basis van een schatting van de toekomstige Belgische inkomsten zal Vlaanderen over de periode 2016-2020 bijkomend ca. 505 miljoen euro ontvangen.

Deze inkomsten worden in het Vlaams Klimaatfonds gestort en zullen gebruikt worden voor één of meerdere van volgende posten:

  • Intern Vlaams klimaatbeleid voor het verminderen van onze broeikasgasuitstoot;
  • Bijdragen aan internationale klimaatfinanciering;
  • Uitvoering van Vlaams beleid inzake flexibiliteitsmechanismen;
  • Maatregelen om competitiviteitsverlies bij de Vlaamse bedrijven ten gevolge van Europees of internationaal klimaatbeleid te compenseren;
  • Beleidskosten die verband houden met de voorbereiding, organisatie of bijdragen in het kader van klimaatveilingen.

Wat is onze bijdrage aan de internationale klimaatfinanciering?

De internationale financiering wordt gebruikt om ontwikkelingslanden een eigen beleid te  laten voeren om de broeikasgasuitstoot te reduceren en zich voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering. Onze klimaatministers beslisten jaarlijks 50 miljoen euro bij te dragen aan de internationale klimaatfinanciering. Daarvan neemt Vlaanderen 14,5 miljoen euro voor haar rekening. Het Waalse Gewest staat in voor 8,25 miljoen euro, het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest voor 2,25 miljoen euro en de federale overheid steunt voor 25 miljoen euro.