Interview Hans Bruyninckx – in de diepte

Tijdens de Klimaat- en Energietop stelden we Hans Bruyninckx enkele aanvullende vragen naar aanleiding van zijn keynote speech.

Foto Hans Bruyninckx (directeur Europees Milieuagentschap) op de Vlaamse Klimaat- en Energietop van 1 december 2016Wat bedoelde u juist toen u zei dat er nood is aan een sterk sectoraal beleid?

Bruyninckx: Ik denk dat veel mensen vandaag nog steeds denken dat we de CO2-uitstoot kunnen verminderen door de klassieke centrales -kolen, olie en gas- te vervangen door windmolens, zonnepanelen en eventueel biomassacentrales. Ze denken dat we er zo wel gaan komen, maar zo eenvoudig is het niet. Het is niet enkel in de energiesector dat werk aan de winkel is, ook in andere sectoren moeten we verandering doorvoeren en energie besparen. Door nieuwe technologie versneld in te voeren, door ons gedrag aan te passen, door subsidiestromen te veranderen.

Sommige sectoren spelen een belangrijke rol in het klimaatverhaal. Denk bijvoorbeeld maar aan de landbouw- en voedselsector. De bodem is immers niet enkel de plaats waarop je iets verbouwt, het is een levend organisch ecosysteem, waar je in de koolstofkringloop mee kan werken als je daar je landbouwbeleid op richt.
Stadsontwikkeling en mobiliteit zijn andere belangrijke voorbeelden die een impact hebben op het klimaat. Dat los je niet op door je energieproductie aan te passen. Je moet je hele mobiliteitssysteem aanpassen. Die systeembenadering houdt in dat je ook denkt aan ruimtelijke ordening en planning, kwaliteitsvolle alternatieven voor de wagen en correcte prijszetting.
Uiteindelijk wil je enkel transportmodi die geen uitstoot hebben. Dat betekent elektrificatie, uiteraard op basis van hernieuwbare energie. Maar als je iedereen individueel in een auto zet, staan we nog steeds vast in het verkeer. Ik heb bijvoorbeeld in Kopenhagen een abonnement op een elektrisch autodeelsysteem dat ik één of twee keer per maand gebruik. De oplossing is niet dat ik een elektrische wagen koop. De oplossing is dat ik toegang heb tot het soort (bijna) uitstootvrije mobiliteit dat ik op een bepaald moment wens.

‘2030 en 2050 is nu,’ zei u tijdens uw keynote. Waarom is er nood aan een sterk gevoel van hoogdringendheid?

Bruyninckx: Om twee cruciale redenen. Als we denken aan het ‘carbon budget’ dat we nog beschikbaar hebben - de CO2 die we nog in de atmosfeer kunnen pompen als we onder om die twee graden opwarming willen blijven -  hebben we niet meer zoveel tijd. In de komende tien maximum vijftien jaar zouden we globaal moeten pieken en dan zeer snel moeten verminderen. Maar het gevoel van hoogdringendheid zou er niet enkel moeten zijn in het doomsday-denken. Om lock-ins te vermijden moeten we die hoogdringendheid voelen, de urgentie ook om oplossingen aan te reiken. We hebben geen twee generaties meer om het op te lossen, we moeten nu werken aan oplossingen. Daarbij gaat het niet enkel over technologie, maar ook over systeemdenken, business modellen en ons huidig kennissysteem.’

Een consistent beleid is belangrijk, zei u, want je kan het beleid niet om de vier jaar heruitvinden. Zijn initiatieven zoals deze top dan een stap in de goede richting?

Bruyninckx: Dat denk ik wel. De klimaatresolutie, die door alle partijen in het Vlaams parlement werd goedgekeurd, was volgens mij een belangrijk signaal. Zowel in het bedrijfsleven als bij de politieke partijen en de overheden zie ik een snelle mindshift. In die zin ben ik optimistischer dan een paar jaar geleden. Ik heb de indruk dat we als samenleving een aantal van de kernsystemen inzien dat het efficiëntie-paradigma heeft afgedaan. Er wordt nu openlijk gepraat over het einde van de ontploffingsmotor. Wie dat drie jaar geleden zei, was een utopist.

Wat op Belgisch en Europees niveau heel belangrijk zou zijn, is een langetermijnconsensus over waar ons energiesysteem naartoe moet. Want de levensduur van de kerncentrales is nog eens verlengd. Nochtans gaat het om heel veel productie die moet veranderd worden en we zijn al laat in het proces om dat nog klaar te spelen.

Er is een nood aan een gevoel van hoogdringendheid, Europa probeert wereldwijd een voortrekkersrol te spelen, maar tegelijkertijd wordt Donald Trump verkozen tot president van de Verenigde Staten. Wat doet dit met de wereldwijde actie tegen klimaatverandering?

Bruyninckx: Het is duidelijk dat de verkiezing van Trump niet helpt. We zullen moeten afwachten welk beleid er gevoerd wordt. De eerste golf van benoemingen wijst in een zekere richting die niet veel optimisme toelaat over waar het beleid wellicht naartoe gaat. Tegelijkertijd heeft een honderdtal CEO’s van grote Amerikaanse bedrijven te kennen gegeven achter het akkoord van Parijs te blijven staan en te implementeren. Verschillende Amerikaanse staten, waaronder California, onderzoeken of ze als staat kunnen toetreden tot het akkoord.

Europa heeft de doelstellingen goed verankerd. Ik ben geen naïeve optimist. De zaken moeten geïmplementeerd worden en dat zal politieke moed en investeringen vergen, maar er is geen enkele andere politieke entiteit die op een soortgelijke manier haar beleid verankert in termen van 2030 en 2050. Je kan wel zeggen dat China en de VS sneller waren in hun ratificatie, maar China heeft een éénpartij-systeem en in de VS heeft Obama er zich aan toegewijd en zonder stemming in de Senaat. Wij hebben in een democratisch verkozen parlement van 28 landen het Parijs-akkoord met de grootste meerderheid ooit goedgekeurd. Maar het is niet goed dat het Amerikaanse leiderschap, dat er was rond Parijs, verloren gaat. Dan blijven alleen China en Europa over om de zaak te trekken.