Daan Boezeman: 'CO2-reductiedoelstellingen volstaan niet om mensen te mobiliseren'

Prof. Daan Boezeman, docent en onderzoeker Beleidswetenschappelijke Milieukunde de Radboud Universiteit Nijmegen, was aanwezig op de Vlaamse Klimaattop. De Klimaatkrant sprak achteraf met hem. ‘We moeten naar een beeld van de toekomst toewerken. Een beeld dat maatschappelijk engagement aanwakkert. Veel landen worstelen hiermee.’

Foto Prof. Daan Boezeman, Radboud Universiteit NijmegenWat vond u van de Vlaamse Klimaattop als manier om vorm te geven aan het klimaatbeleid?

Ik vond het wel interessant. Wat ik hier opvallend vind, is dat het duidelijk gekoppeld werd aan het soort post-Parijs golf. Een van de redenen waarom ik graag wilde komen, was dat ik me afvroeg hoe het klimaatbeleid op lange termijn vorm zal gegeven worden. Op dat vlak blijkt er nog niet zo veel perspectief te zijn.

Er wordt wel gesproken in termen van een emissiereductie van x-aantal procenten, maar dat is geen perspectief. Het is een doel dat niet zo veel zegt. We moeten naar een beeld van de toekomst toewerken. Een beeld dat maatschappelijk engagement aanwakkert. Veel landen worstelen hiermee.

Waarom kan een toekomstbeeld meer enthousiasme opwekken dan emissiereductiedoelen?

We worden geconfronteerd met een groot probleem: klimaatverandering. Er zijn allemaal afspraken over met hoeveel procent onze uitstoot verminderd moet worden. Dat wordt vervolgens vertaald naar zoveel procent voor Vlaanderen.

Ik denk dat de lang gebezigde strategie van reductiedoelen definiëren, tijdslijnen opstellen en vervolgens een soort van kerstening wanneer we de doelen niet halen te weinig energie in zich heeft.

Als we daarentegen de doelen omschrijven, zoals Leo Van Broeck tijdens de keynote voor ruimtelijke ordening deed, hebben we iets om naartoe te werken. Het gaat bijvoorbeeld om nadenken over hoe kan goedkope en hernieuwbare energievoorziening of efficiënte, schone en toegankelijke mobiliteit er uit zien in 2050 in Vlaanderen.

Dit kan een aandachtspunt zijn op de rondetafelgesprekken. Probeer eerder na te denken vanuit een toekomstbeeld dan puur vanuit klimaatverandering en emissiepercentages, want vaak gaat het om zo veel meer dan alleen maar CO2.

Zijn er voorbeelden van hoe andere landen dit aanpakken waar Vlaanderen veel van kan leren?

De eerste les wanneer je naar andere landen kijkt, is dat je echt moet proberen om een toekomstbeeld te creëren dat gedragen is. Neem niet gewoon het doel over dat Europa voor Vlaanderen heeft, maar probeer er een eigen doel van te maken, waar je misschien ook andere duurzame ontwikkelingsaspecten aan kan koppelen.

De Duitsers en de Britten hebben veel van de afspraken vastgelegd in wetgeving. In Duitsland is er een duidelijke stip op de horizon: af van nucleaire energie. In het Verenigd Koninkrijk legt de Climate Change Act 2008 wettelijk vast dat er tegen 2050 een emissiereductie van ten minste 80 procent moet zijn.

Uit die voorbeelden kan Vlaanderen wel wat leren, maar de valkuil is natuurlijk dat elk land zijn eigen traject moet hebben. Er is niet één model dat werkt en dat iedereen kan overnemen. Wel kan je zeggen dat klimaatbeleid permanente instituties nodig heeft, waar ook budgetten aan vasthangen.

Wat bedoelt u met permanente instituties?

Bijvoorbeeld een coördinator of commissaris. Een persoon die gevrijwaard is van de politiek van de dag en die coördinatie biedt op lange termijn. Iemand die door wetgeving een stabiele positie krijgt en niet zomaar de deur gewezen kan worden wanneer het politiek niet meer uitkomt. Maar het kan ook een commissie zijn zoals in het Verenigd Koninkrijk en in Denemarken. Er is natuurlijk ook budget voor nodig. Je kan geen beleid voeren zonder.

In Vlaanderen hebben we nu een tijdelijke Vlaamse klimaatcommissie. Moet dit een permanente commissie worden?

Ja. Wanneer zo een commissie weet dat ze daar langer zullen zitten dan een half jaar komt de lange termijn weer in beeld.

Er is bij het publiek zeker een draagvlak voor het nadenken op lange termijn. Je merkte dat ook vandaag aan de toespraken waar de handen het meest voor op elkaar gingen: de keynote van Leo Van Broeck en de bijdrage van Mathias Bienstman van de Bond Beter Leefmilieu. We lieten zien dat er veel meer zal nodig zijn dan wat we vandaag en volgend jaar voor elkaar krijgen. Wat die langetermijnvisie dan moet zijn, staat wel nog open.