Keynote Hans Bruyninckx: “2050 is niet ver weg, het is vandaag”

In zijn keynote speech benadrukte de directeur van het Europees Milieuagentschap (EMA) Hans Bruyninckx dat de Europese doelstellingen voor 2030 en 2050 een sterke verhoging van onze huidige inspanningen vereisen. Er zal een sterk sectoraal beleid nodig zijn en we moeten van een efficiëntie- naar een transitiebenadering, aldus Bruyninckx.

Foto Hans Bruyninckx (directeur Europees Milieuagentschap) op de Vlaamse Klimaat- en Energietop van 1 december 2016‘Met enige trots kunnen we zeggen dat Europa de enige regio is die het Kyotoprotocol heeft uitgevoerd,’ zegt Bruyninckx. Terwijl de economie sinds 1990 met 50 procent groeide, stoten we 25 procent minder broeikasgassen uit. Maar de Europese doelstellingen voor 2030 en 2050, vereisen een versnelling.

‘Van 1990 tot nu hebben we 0,9 procent per jaar aan emissiereductie gedaan,’ illustreert Bruyninckx. ‘Om aan de 2030-doelstelling van min 40 procent te geraken zullen we 66 procent per jaar meer moeten doen. Dat is zeer veel meer dan we gewoon zijn. En voor diegenen die denken dat we er dan al zijn: tegen 2050 zullen de inspanningen op jaarbasis drie tot vijf maal hoger moeten zijn. Dat zijn enorme uitdagingen.’ Om die uitdagingen het hoofd te bieden is een sterk sectoraal beleid noodzakelijk volgens Bruyninckx. ‘Met een omschakeling in het energiesysteem alleen, komen we er helemaal niet.’

Alarmerende trends

Europa is op weg om haar doelstellingen voor 2020 te halen. Toch ziet Bruyninckx enkele alarmerende trends, in het bijzonder voor transport. ‘Daar waar we in 2007 een neerwaartse trend zagen in Europa, weten we nu dat die gekoppeld was aan de crisis. We merken dat de transportemissies opnieuw stijgen.’ De voorspelling van het EMA is dat deze blijven stijgen als er niet ingegrepen wordt.
Daarnaast moeten lidstaten hun inspanningen verhogen om de doelstellingen voor 2020 en 2030 te halen. ‘In heel wat lidstaten zijn bijkomende beleidsmaatregelen nodig', aldus Bruyninckx.

Het EMA komt in haar werk tot de conclusie dat het efficiëntiebeleid van de voorbije decennia ontoereikend is om de doelstellingen te halen. ‘Technologie alleen zal ons er niet brengen. Er is nood aan maatschappelijke verandering,’ zegt Bruyninckx.
‘Anders ziet bijvoorbeeld de Wetstraat met elektrische wagens er nog steeds hetzelfde uit. Een grijze straat in het hart van Europa met uren file per dag, omdat we in de wagen alleen de motor veranderd hebben en geen duurzaam mobiliteitstpatroon hebben ingevoerd.’

We moeten van een efficiëntiebenadering naar een transitiebenadering. ‘Een systeembenadering vertrekt vanuit heel andere elementen,’ legt Bruyninckx uit. Het stelt de vraag waar die mobiliteit vandaan komt. ‘Zo kom je terecht bij ruimtelijke planning, bij werk- en privé-organisatie, hoe je functies in de samenleving verknoopt.’ Kortom, bij vraagstukken waar we veelal in ons mobiliteitsdebat nog niet toe gekomen zijn, besluit Bruyninckx.

Slide over efficiëntieverbeteringen in energie uit de keynote-presentatie van Hans Bruyninckx (directeur Europees Milieuagentschap) op de Vlaamse Klimaat- en Energietop van 1 december 2016Slide over efficiëntieverbeteringen in het transportsysteem uit de keynote-presentatie van Hans Bruyninckx (directeur Europees Milieuagentschap) op de Vlaamse Klimaat- en Energietop van 1 december 2016Slide over efficiëntieverbeteringen in de woningsector uit de keynote-presentatie van Hans Bruyninckx (directeur Europees Milieuagentschap) op de Vlaamse Klimaat- en Energietop van 1 december 2016

Met drie grafieken illustreert Bruyninckx dat ondanks efficiëntieverbeteringen het energiegebruik sinds 1990 ongeveer gelijk blijft. ‘Dit is niet compatibel met de langetermijndoelstellingen. De efficiëntieverbeteringen vinden grotendeels plaats binnen de huidige technologieën en zonder maatschappelijke verandering.’

Impasse doorbreken

‘Om die impasse te doorbreken, kunnen we onder andere werken met beleidsmechanismen die we goed kennen,’ zegt Bruyninckx. Hij geeft het voorbeeld van de zogenaamde ‘co-benefits’ die doorbraken in energie en klimaat koppelen aan doorbraken in andere thema’s. Zo zijn mobiliteit en gezondheid gekoppeld door luchtkwaliteit. ‘Een andere aanpak zijn wat we ‘nexus-issues’ noemen, waar mobiliteit en energie samen worden bekeken.’

Wat volgens Bruyninckx in veel landen een moeilijke noot is om te kraken, is de link tussen het landbouw- en voedselsysteem en de koolstofarme economie. Dit heeft onder meer betrekking op landgebruik, energiegebruik, chemische bemesting, transport en voedselafval.
‘Europa werkt aan een beleid dat op termijn zou moeten leiden tot een aanpassing van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Er is nog veel werk voor de boeg. We merken dat de landbouw- en voedselsector de wending aan het maken is om zich in lijn te stellen met de grotere maatschappelijke doelstellingen.’

Ook de circulaire economie is cruciaal voor het halen van de klimaatdoelstellingen. We moeten naar een veel efficiënter gebruik van grondstoffen gaan. ‘Vlaanderen bevindt zich op dit vlak in een koppositie in Europa. We werken intensief samen met OVAM en VITO om dit thema op Europese schaal op de kaart te zetten.’

Bruyninckx waarschuwt voor investeringen in de oude systemen, want die leiden tot lock-ins. Met 2050 als einddoel is het volgens Bruynincks duidelijk dat we de transitie naar nieuwe technologieën, samenlevingsvormen, modellen, houdingen en businessmodellen moeten maken. ‘Dus out-of-the-box denken, innovatie, dingen anders bekijken en anders aanpakken.’

2050 begint vandaag

Als afsluiter schetst Bruyninckx de noodzakelijke beleidsvoorwaarden voor deze transitie. Er is nood aan consistentie, want je kan het beleid niet om de vier jaar heruitvinden. Het beleid vereist ook coherentie doorheen de verschillende domeinen, want het gaat om een samenleving in omwenteling.

Om mensen te motiveren en te engageren moet het beleid visionair zijn, het gaat immers om het vormgeven aan de toekomst.
Tot slot is er nood aan een sterke implementatie en een gevoel van hoogdringendheid. ‘2030 en 2050 zijn nu. De centrale die we nu bouwen, is er dan nog. Ruimtelijke ordening heeft decennialang impact, net als het investeringsbeleid van vandaag. 2050 is niet ver weg. Het is vandaag.’