Klimaatkrant 1

De Klimaatkrant - Nieuws van de Vlaamse Klimaattop


In deze Klimaatkrant


Minister-president Geert Bourgeois wil stroomversnelling in klimaatbeleid

Engagement Vlaamse regering

‘Denken dat onze kinderen en kleinkinderen de klus wel zullen klaren, is niet alleen naïef, het is schuldig verzuim.’ Minister-president Geert Bourgeois opent de eerste Vlaamse klimaattop met een pleidooi om de Vlaamse jeugd niet in de kou te laten staan. ‘We zijn het aan onze kinderen en kleinkinderen verplicht om onze samenleving weer op het juiste spoor te zetten. Een spoor dat ons leidt naar een koolstofarme samenleving’, zegt Bourgeois.

De samenleving zit al op het spoor richting koolstofarme samenleving, maar dat betekent niet dat het een makkelijke rit wordt, meent Geert Bourgeois. De Vlaamse regering nam al een rist maatregelen om de uitstoot in de niet-ETS-sectoren tussen 2013 en 2020 met 15,7 procent te verminderen ten opzichte van 2005. Toch zal Vlaanderen een stevig extra tandje moeten bijsteken, want vanaf volgend jaar zullen we volgens de vooruitzichten onze uitstootnorm overschrijden. ‘Het zal bijzonder moeilijk zijn om er te geraken. Zeker als we vooruitkijken naar 2030, want tegen dan moet de Europese uitstoot met minstens 40 procent verminderd zijn t.o.v. 1990’, zegt Bourgeois.

2030 vergt een bijzondere inspanning

Ook wat hernieuwbare energie betreft, staat Vlaanderen voor een grote uitdaging, want ons huidig aandeel hernieuwbare energie moet van de huidige 5 procent naar meer dan 10 procent tegen  2020. ‘Dat zal geen gemakkelijke oefening zijn’, zegt de minister-president. Omdat ons land door de bevolkingsdichtheid geen ruimte heeft om volop in te zetten op wind- en zonne-energie, wil de minister-president in de eerste plaats voor energie-efficiëntie gaan. Zo is Vlaanderen volgens Bourgeois op veel domeinen koploper in de kringloopeconomie. Daarnaast wil hij dat Vlaanderen ook blijft investeren in wind, zon en geothermie. Tegen 2020 moeten er 500 windmolens staan. Grootschalige biomassacentrales met geïmporteerd hout kunnen volgens de minister-president geen duurzame oplossing zijn, maar hij ziet wel heil in middelgrote centrales die op lokale biomassa draaien.

De Vlaamse regering moet het voorbeeld geven

De Vlaamse regering neemt in de strijd tegen de klimaatopwarming ook zelf het voortouw, bijvoorbeeld door het energieverbruik van haar gebouwen en de uitstoot van haar dienstvoertuigen aan te pakken. Omdat de voltallige Vlaamse regering achter de klimaattop staat, vertrouwt de minister-president erop dat alle ministers hun beslissingen zullen aftoetsen aan het klimaatengagement. Doen ze dat niet, dan is het de taak van het middenveld om de ministers daarop te wijzen, volgens Bourgeois.

Minister-president Bourgeois gelooft meer in een organisch groeiproces dan in extra regelgeving, bijvoorbeeld met een klimaatnorm waar elke nieuwe maatregel aan getoetst wordt. Dat betekent niet dat de overheid met de armen over elkaar zal toekijken. De Vlaamse regering verplicht dakisolatie tegen 2020 en dubbel glas tegen 2023. Om ervoor te zorgen dat de meest kwetsbare groepen in de samenleving niet de dupe worden van die bijkomende investeringen in het gemeenschappelijke klimaat, worden er onder andere hogere energiepremies voorzien voor degenen die het sociale maximumtarief genieten.

'De Vlaamse overheid wil het goede voorbeeld geven, maar kan dat niet alleen. We hebben iedereen nodig', zegt Bourgeois nog.

Durven kiezen voor een andere ruimtelijke ordening

Ook ruimtelijke ordening heeft een groot effect op onze mobiliteit en CO2-uitstoot. Geïnspireerd door de bevlogen presentatie van architect Leo Van Broeck, gaf de minister-president in zijn slotrede extra aandacht aan ruimtelijke ordening als een werf waarop veel winst in de strijd tegen de klimaatopwarming te boeken valt. Gevraagd hoe hij dat concreet ziet, zegt Bourgeois: ‘Vandaag al zien we dat oudere woningen in grote verkavelingen amper verkoopbaar zijn. Op dat soort locaties moeten we ons de vraag durven stellen hoe die oude verkavelingen kernversterkend kunnen werken, bijvoorbeeld door inbreiding en herverkaveling.’

Duurzaamheid is de toekomst

De strijd tegen klimaatopwarming brengt volgens de minister-president ook een hoop opportuniteiten met zich mee. Door in te zetten op energie-efficiëntie wordt de energiefactuur goedkoper. Scholen en zorginstellingen kunnen op die manier meer investeren in hun maatschappelijke taken en ondernemers produceren competitiever. De bouwsector krijgt een nieuwe impuls door in te zetten op renovatie. Daarnaast zijn er talloze mogelijkheden in het onderzoeken en ontwikkelen van innovatieve technologie.

‘De winnaars van de toekomst zijn degenen die de kaart trekken van duurzaamheid, hernieuwbare energie, nieuwe productieprocessen, nieuwe technologische oplossingen en aanpassingen zoals burgers die beginnen doen in de deeleconomie en het lokale aankoopbeleid’, concludeert de minister-president.

Top


Nico Willems (coördinator Special Techniques Delhaize Group) op de Vlaamse Klimaattop van 19 april 2016

Er is nog veel milieuwinst te halen op vlak van koeling. Het is de bedoeling dat wij alle schadelijke, chemische koelmiddelen uitfaseren. We hebben daar een plan voor opgesteld. We zullen enkel nog klimaatvriendelijke koelmiddelen gebruiken. Ik hoop dat de Vlaamse klimaattop richtlijnen opstelt hiervoor, die haalbaar zijn op korte termijn.

Top


Minister Joke Schauvliege: 'Vlaanderen heeft zin in toekomstgericht klimaatbeleid'

Minister Schauvliege op de Vlaamse Klimaattop van 19 april 2016

Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege was de vanzelfsprekende organisator van de Vlaamse Klimaattop. Haar inleidende toespraak steunde op twee fundamentele stellingen: Vlaanderen heeft al belangrijke klimaatinvesteringen gedaan en al een succesvol klimaatbeleid gevoerd, en de Vlaamse regering heeft de ambitie om de rest van de weg tijdig en succesvol af te leggen. Voor dat laatste is wel de inzet van iedereen nodig: van de hele Vlaamse regering én van de hele Vlaamse bevolking. Schauvliege ziet deze klimaattop en het proces dat tot een tweede dergelijke top in het najaar moet leiden als kansen om dat te realiseren.

'De verandering van het klimaat zorgt ervoor dat de temperatuur en de zeespiegel stijgen, maar er zijn ook indirecte gevolgen: voedsel- en watercrisissen, vluchtelingen, ziekten en epidemieën', waarschuwde Joke Schauvliege bij het begin van haar toespraak. De minister ziet de klimaatverandering als een enorme uitdaging en een reële bedreiging, maar ook als een opportuniteit voor samenwerking en omschakeling naar een duurzame samenleving. Voorwaarde is wel dat elk beleidsdomein zijn verantwoordelijkheid opneemt. Maar: er is al heel veel gebeurd, beklemtoont ze steevast. Joke Schauvliege wil het optimisme dat ontstond na het klimaatakkoord van Parijs vasthouden om ook in Vlaanderen een klimaatversnelling hoger te schakelen.

De eerste stappen zijn gezet

De minister is blij dat ‘de wereld, met Europa op kop’ een antwoord biedt op de enorme uitdagingen van de klimaatverandering. ‘Dat is begonnen in 1992 toen men voor het eerst erkende dat het klimaat verandert door menselijk toedoen', waarmee ze verwijst naar het Raamverdrag over Klimaatverandering dat in dat jaar afgesloten werd. Het Kyoto Protocol werd afgesloten in 1997. Op dat moment werd afgesproken dat 36 industrielanden hun uitstoot van broeikasgassen zouden beginnen beperken. In 2012 werd die overeenkomst in Doha voor 37 industrielanden verlengd en bijgewerkt tot 2020.   Mevrouw Schauvliege heeft het ook nog over de conferentie van Cancún in 2010 wanneer voor het eerst werd gesproken over een maximale gemiddelde opwarming van 2°C tijdens deze eeuw. Tot slot was er Parijs, de klimaattop der klimaattops, waar 195 landen – die samen zorgen voor 95 procent van de uitstoot wereldwijd – tot een akkoord kwamen over het klimaatbeleid. Terecht noemt de minister dat akkoord en die ruime instemming een unicum.

Succes op korte termijn, grote uitdagingen op lange termijn

Terug naar Vlaanderen. 'We doen het goed', zegt Schauvliege. 'De totale broeikasgassenuitstoot daalt sinds 2000 constant en Vlaanderen haalt de doelstellingen die het moet halen.' De Vlaamse Regering engageert zich om de Vlaamse emissies tegen 2020 met 15,7 procent te doen dalen ten opzichte van 2005. Deze doelstelling is binnen bereik. Op basis van de huidige gegevens en prognoses verwacht men wel een overschrijding van de jaarlijkse uitstoot rond 2017. Dat is verontrustend, maar brengt de globale doelstelling over de periode 2013-2020 nog niet in gevaar omdat Vlaanderen in de beginjaren van de periode beter scoorde dan de doelstelling. Toch zal een bijsturing nodig zijn om de jaarlijkse overschrijdingen van de opgelegde  normen na 2020 op te vangen.

Dat we enkel met een volkomen andere aanpak de emissie na 2020 kunnen aanpakken, beseft de minister. 'Als we verder kijken richting 2030 en 2050, ligt de doelstelling absoluut nog niet binnen bereik.' Als we de emissietrend op het Europees overeengekomen niveau op middellange (2030) en lange (2050) termijn willen volgen, is het nodig om het klimaatbeleid binnen alle sectoren structureel te versterken. Meteen de reden voor deze klimaattop: het aankondigen en opstarten van de rondetafels waarin de verschillende sectoren zullen overleggen met de relevante beleidsverantwoordelijken over manieren om sneller, slimmer en fundamenteler om te schakelen op een koolstofarme economie en samenleving.

De grote uitdagingen voor de toekomst

De transportsector zal hard moeten werken, want die is verantwoordelijk voor maar liefst 36 procent van de CO2-uitstoot. We moeten ons volgens Schauvliege enerzijds bewust worden van hoeveel kilometers we doen (lees: zo weinig mogelijk) en anderzijds met welke wagens we rijden (lees: beter elektrisch). Het vrachtverkeer en de scheepvaart moeten op een andere manier worden georganiseerd. Denk maar aan de reeds ingevoerde kilometerheffing voor vrachtwagens.

Ook onze gebouwen zorgen voor een enorme hoeveelheid aan broeikasgassen. Hun aandeel wordt geschat op 28 procent. 'U weet allemaal dat we een sterk verouderd patrimonium hebben dat ook absoluut niet energiezuinig is', zegt Schauvliege daarover. 'De bestaande gebouwen moeten dus grondig gerenoveerd worden.' Daarnaast verwijst de minister ook naar de verantwoordelijkheid van de landbouwsector die met 16 procent de derde grote uitstoter is. Volgens Schauvliege werd ook in deze sector reeds veel werk verricht, maar is nu vooral onderzoek en ontwikkeling van groot belang zodat voedsel op een duurzame manier kan worden geproduceerd. 42 procent van de Europese steun aan de landbouw is vandaag al klimaat- en milieugerelateerd, merkt de minister nog op. ‘Die omslag is gemaakt om ook daar in te zetten op vergroening.’

Ook de niet-ETS industriesector moet de komende maanden in eigen boezem kijken, want die is verantwoordelijk voor 14 procent van de uitstoot. Tot de restende 6 procent behoren afval en niet-ETS energie. Afval is een goed voorbeeld, stelt Schauvliege, ‘omdat we op dat vlak in Vlaanderen koploper zijn, met name voor alles wat met circulaire economie te maken heeft, en het hergebruik van afval als grondstof.’

De minister benoemt net als Leo Van Broeck  in zijn keynote de ruimtelijke ordening als sleutel tot het klimaatvraagstuk. 'Omdat ik erin geloof dat je via ruimtelijke ordening heel veel kan sturen en goede resultaten kan halen.'

Met centen en passie

Beleid wordt niet alleen gemeten aan intenties, beseft minister Schauvliege, maar vooral aan de middelen die besteed en bestemd worden om de beloofde doelstellingen effectief te realiseren. Daarom gaf ze op het einde van haar toespraak een kort overzicht van de middelen die op dit moment al beschikbaar zijn, en wat er in het vooruitzicht gesteld wordt.

‘Tot nu investeren we 1 miljard euro in interne maatregelen, plus de 20 miljoen euro voor een specifiek fonds om bijkomende interne maatregelen in Vlaanderen te nemen en om in te zetten op internationale klimaatfinanciering. Ik heb zelf ook vanuit Leefmilieu 300.000 euro vrijgemaakt om lokale overheden te ondersteunen om de klimaatverandering tegen te gaan.’

Het belangrijkste nieuws in de toespraak is wellicht dat minister Schauvliege aankondigt dat de Vlaamse regering 300 miljoen euro voorziet om in de periode 2016-2019 bijkomende klimaatmaatregelen te nemen. ‘Er staat in het regeerakkoord dat we die middelen prioritair zullen inzetten voor gebouwen met een speciale focus op sociale huisvesting, maar we zullen die middelen ook inzetten voor tal van andere maatregelen die de collega’s die bevoegd zijn voor de verschillende sectoren zullen voorstellen.’

Minister Schauvliege sluit af met: 'We hebben bijzonder veel expertise, we hebben bijzonder veel talent, we hebben bijzonder veel zin en passie om ervoor te gaan en de gewenste resultaten te bereiken.'

Top


Herman Van Broeck (VMx - Vlaamse milieuprofessionals) op de Vlaamse Klimaattop van 19 april 2016

Huishoudens en transport zijn de grootste uitdagingen. Ik ben er voorstander van – en nu gaat iedereen in de zaal mij doodslaan – dat huishoudens overgaan naar verwarming op elektriciteit, opgewekt uit niet-fossiele bronnen zoals wind- en zonne-energie.

Er moet ook dringend ingezet worden op klimaatbeleid rond scheepvaart. De vervuiling van boten mag niet onderschat worden en daar zijn momenteel nog weinig normen voor.

Top


Interview Leo Van Broeck: 'De burger is niet zo bang voor verandering als men vreest'

Leo Van Broeck (Bogdan & Van Broeck Architects, professor KU Leuven) op de Vlaamse Klimaattop van 19 april 2016

Leo Van Broeck, hoogleraar aan de KULeuven en medeoprichter van Bogdan & Van Broeck Architects, leverde de opgemerkte en met veel bijval onthaalde keynote op de Vlaamse Klimaattop van 19 april. De Klimaatkrant sprak met achteraf met hem. 'Zelfs als de aarde niet zou opwarmen, gaat ze naar de knoppen. De aanslag van de menselijke soort op de beschikbare ruimte is het probleem.'

Is uw pleidooi voor verdichting ook een pleidooi voor verstedelijking?

Ja, maar ik pleit niet enkel voor de grootstad. Wie metropolitaan wil wonen, zal dat kunnen in Antwerpen, Brussel of Gent. Wie kiest voor de middelgrote stad kan terecht in steden als Mechelen, Kortrijk of Leuven. De kleinste gehuchten zullen op termijn moeten verdwijnen, maar een selectie van dorpen kan verdichten tot compacte landelijke microsteden.

We moeten naar een nieuw soort stedelijkheid. Dat betekent niet enkel hoog  maar vooral verschillend bouwen. Verdicht een dorp door een paar appartementsgebouwen naast de kerktoren te bouwen en plaats daarnaast enkele straten met rijwoningen met een tuin. Op honderd meter van het dorpsplein begint het bos of de landbouwzone.

Grafische voorstelling impact "urban sprawl" tov compacte stedelijke regio's

Momenteel verstaat men onder ‘landelijk karakter’ twee bouwlagen met een dak. Daardoor zijn we net het landelijk karakter overal aan het kapotmaken. Dat is de ruimtelijke paradox van vandaag.

Moeten we ook kleiner gaan wonen?

Een beetje. We zijn nogal ruim behuisd. De gemiddelde grootte van een appartement in Europa is 65 vierkante meter. In België is dat 85 vierkante meter. Onze sociale woningen zijn gemiddeld 100 vierkante meter.

We moeten gaan voor leukere woningen in plaats van grotere woningen. Je kan bijvoorbeeld met een tweetrapssysteem de EPB-beschermde kern van de woning kleiner maken en daaraan een serre of veranda bouwen, die niet binnen het EPB-deel zit.

U waarschuwde in uw keynote voor technocratische oplossingen en gaf daarbij het voorbeeld van de lagere milieu impact van een lichtgeïsoleerde 19e eeuwse rijwoning in de stad tegenover een vrijstaande passiefwoning. Valt er dan niets te winnen bij het kiezen voor ecologische bouwmaterialen of passiefbouwtechnieken?

Ik wilde waarschuwen voor het gebruiken van een technocratische en ecologische saus zonder kritisch te zijn over de locatie van het gebouw. Een ecologische woning op een foute locatie is nog altijd een slecht idee en kan niet concurreren met woningen in stedelijke, goed ontsloten locaties.

Zelfs als de aarde niet zou opwarmen, gaat ze naar de knoppen. De aanslag van de menselijke soort op de beschikbare ruimte is het probleem. Klimaatneutraal bouwen zal niet volstaan. Het einddoel is minder mensen die minder aarde nodig hebben.

Op plekken waar mensen dicht op elkaar wonen kan de leefbaarheid een uitdaging vormen. Wat zijn de aandachtspunten op dat vlak?

Verdichting is veeleisend, dus moet je sterk inzetten op kwalitatieve architectuur. Een goed appartement onderscheidt zich van een slecht appartement door onder meer licht, zicht, privacy en op het gelijkvloers woonondersteunende functies in de plaats van een blinde muur met garagepoorten.

Om te beginnen moet je de verkavelingsdroom van Jan au serieux nemen. Bied hem een antwoord aan in de stad dat minstens even goed is, bijvoorbeeld in de vorm van een geschakelde, gestapelde woning. Zorg ervoor dat hij nog steeds een ruimte heeft om de modder van zijn fiets te spuiten, een plonsbadje te zetten voor de kinderen of tijdelijk de kast die hij erfde van zijn grootmoeder op te slaan. Je geeft alles wat hij had in de verkaveling, maar met bonussen er bovenop: een gedeeld zwembad, de school vlakbij, de crèche om de hoek. En dat alles aan een lagere totale kostprijs.

Oude stedelijke industriële gebieden, bijvoorbeeld rond de Brusselse kanaalzone, werden omgetoverd tot woonwijken of kantoorgebouwen. Tegelijkertijd heerst er grote werkloosheid. Heeft de industrie nog een plaats in de stad van de toekomst?

Het huidige beleid van het Brussels Gewest is er net op gericht om van de kanaalzone opnieuw een gemengd gebied te maken, dus daar is een inhaaloperatie in gang gezet. Densiteit zonder mix heeft namelijk geen zin. Buurtwinkels, crèches, een co-working atelier, een fietsherstelwerkplaats en een recyclagebedrijf dat oude computers herstelt, bieden allemaal tewerkstelling in de buurt. Waarom zou je dat in the middle of nowhere organiseren?

Dat kleine stedelijke economische circuit kennen we eigenlijk al van vroeger. De mooie middeleeuwse steden hadden naaiateliers, bakkers. Er werd geleefd én gewerkt. Alles krioelde door elkaar. We zijn dat gewoon vergeten.

Hoe kunnen politici burgers enthousiast maken voor een beleid dat ingaat tegen de diepgewortelde verkavelingstraditie zonder politiek zelfmoord te plegen?

De politiek kan het op dit moment niet meer betalen. De impliciete subsidiekost van de verkavelingswoede is te hoog. De politiek kan de burger een win-win voorstellen.

Hiervoor moet ze beginnen met kernversterkend te werken, daar waar het interessant is om te verdichten. Kwaliteit maak je ook door regels te veranderen. Op plekken als Dilbeek en Grimbergen zijn momenteel enkel twee bouwlagen en een dak toegestaan. Als daar een station is, wat winkels en een bakker, is het een interessante plek om te verdichten. Daarom hoef je nog niet meteen aan hoogbouw te doen.

Een alleenstaande villa renoveren volgens de huidige EPB-normen, zal al snel evenveel kosten als nieuwbouw. Mensen zullen dan spontaan kiezen voor een woning in een leuke randstedelijke microkern. Als je voor 80 procent van de investering twee keer zo goed kan wonen, is de keuze snel gemaakt.  

Zolang er een overaanbod van grond is, gaan we er niet komen. Een goed grondbeleid moet schaarste creëren. Door strategisch te onteigenen kan de overheid ook een geldmachine in gang zetten. Voer een complex meersporenbeleid. Onteigen één villa en bouw bij het station 24 appartementen. Zo heb je al snel de onteigeningskosten gerecupereerd. Tegelijk maak je van de groenzone een gecontroleerd verwilderd stadsnatuurpark met hoge biodiversiteit. De onderhoudskost daarvan is veel lager en misschien passeert er wel eens een hert.

Denkt u dat uw pleidooi voor verdichting effectief ingang zal vinden bij beleidsmakers?

Ik was geschrokken van de bijval die ik kreeg tijdens de Vlaamse Klimaattop. Enkele maanden voordien gaf ik dezelfde lezing voor vastgoedontwikkelaars en uit een peiling bij dat publiek bleek dat 90 procent voorstander was van het stoppen met aansnijden van woonuitbreidingsgebied. De burger is dus niet zo bang voor verandering als men vreest. Je voelt de mindset overal verschuiven. Het is vooral de regelgeving die moet herschreven worden. Niet met angst, maar met visie en vertrouwen. De regelgeving is nu te defensief. We moeten naar een positieve en proactieve regelgeving die de gewenste evoluties stimuleert.

Top


Wouter Peleman (stagair bij Netwerk Duurzame Mobiliteit) op de Vlaamse Klimaattop van 19 april 2016

Transport is verantwoordelijk voor een groot deel van onze uitstoot. De grootste uitdaging bestaat erin om mensen weg te krijgen van hun auto. Zolang de overheid fiscaal voordelige bedrijfswagens en lage accijnzen op fossiele brandstoffen aanbiedt, gaat er niet veel veranderen. Tegelijkertijd moeten duurzame vervoersvormen zoals openbaar vervoer, fietsen en wandelen aantrekkelijker gemaakt worden.

Top


Keynote Leo Van Broeck: Afscheid van de verkaveling is goed voor klimaat én menselijk geluk

De hele planeet stevent af op een aantal keerpunten waarna de situatie niet meer te controleren is. Het gaat hierbij niet enkel om klimaat, maar ook om de genetische diversiteit of biochemische fluxen. ‘Al die aspecten zijn op één of andere manier gelinkt aan landgebruik,’ zegt Leo Van Broeck tijdens zijn keynote op de Vlaamse Klimaattop. Het goede nieuws: bij ons bodemgebruik ligt meteen ook de sleutel tot de oplossing.

IllustratieKeynote1.jpg

‘We beseffen steeds minder dat er een stuk planeet vasthangt aan alles wat we doen of kopen’, aldus Leo Van Broeck, hoogleraar aan de KULeuven en medeoprichter van Bogdan & Van Broeck Architects. Volgens geologen zijn we aanbeland in het antropoceen: ‘Het tijdvak waarin menselijke activiteit de grootste beïnvloeder is van alle processen die zich op het aardoppervlak voordoen.’

Bodemgebruik tegelijk probleem én oplossing

Er zijn 8,7 miljoen andere levensvormen waarmee we de aardkorst en de oceanen moeten delen. Als we meer dan 70 procent van de vruchtbare gronden aan ons toewijzen hebben we een probleem, vindt Van Broeck. ‘De aarde is ziek. Ze heeft last van de mens als plaag.’

Met ons bodemgebruik veroorzaken we het grootste probleem, maar dat betekent ook dat we hier de meeste winst kunnen boeken. ‘Vlaanderen is een splinterbom’, illustreert Van Broeck aan de hand van een kaart van bebouwde gebieden in Vlaanderen. ‘Je voelt onmiddellijk dat dit op lange termijn onmogelijk te bedienen is op vlak van openbaar vervoer, organisatie, infrastructuur. Dit herschikken zal misschien het moeilijkste maar tegelijk ook – en dat is het goede nieuws – de meest rendabele operatie worden om Vlaanderen te helpen zijn klimaatdoelstellingen te bereiken.’

Weergave bebouwing in Vlaanderen op landkaart

Krimpen en verdichten

Vandaag verdwijnt er dagelijks 6 hectare – of 12 voetbalvelden – aan open ruimte. De dagelijkse inname van open ruimte moet zo snel mogelijk naar nul volgens Van Broeck. ‘We moeten het met de bestaande bebouwde ruimte doen en misschien zelf een tijdje onder nul gaan en een krimpbeleid invoeren.’

Momenteel zijn gebouwen en transport samen verantwoordelijk voor 65 procent van de Vlaamse niet-ETS CO2-uitstoot. Daar kan het meeste terreinwinst geboekt worden. Hoe? ‘We moeten verdichten.’ Er is een duidelijke link tussen uitstoot gerelateerd aan mobiliteit en versnippering. Ook is de uitstoot voor een villa veel hoger dan een rijwoning, die op haar beurt een hogere uitstoot heeft dan een appartement.

Illustratie gemiddelde CO2-emissies per huishouden in verschillende types van wijken

Verschillende strategieën

‘We mogen niet bang zijn van hoogbouw,’ zegt Van Broeck. Een hoge toren geeft veel minder schaduw dan wanneer je hetzelfde gebouw plat zou leggen. ‘In plaats van een bos in verkavelingsgebied vol te bouwen met huizen, kan je een toren plaatsen en het bos terug aan de natuur geven.’

We kunnen de aarde meerdere keren gebruiken per vierkante meter, illustreert Van Broeck aan de hand van enkele voorbeelden: een voetbalveld op het dak van Ikea, vrachtwagens over meerdere verdiepen laten rijden of de Koninginnengalerij die voor meer dan de helft uit huisvesting bestaat. ‘Economische activiteit stapelen in meerdere lagen is nog altijd beter dan een bos aansnijden, maar het is wel duurder.’

Verdichting heeft verschillende strategieën nodig naargelang de context, aldus Van Broeck. ‘Je moet niet altijd torens bouwen. Als je al een stadspark hebt, bouw dan vooral rijwoningen met een tuin, want dat hebben de mensen liever. Heb je nog geen stadspark en is er een grond vrij, zeg dan aan de ontwikkelaar: "Stapel de woningen en leg een park aan. Dan nemen wij het daarna over als openbaar groen."

Talent in huis

De herschikking van Vlaanderen zal naast een daling in de CO2-uitstoot ook veel andere positieve effecten hebben. Van Broeck verwees niet alleen naar hoe de openbare dienstverlening organiseren in stedelijke gebieden goedkoper is, maar ook naar hoe verkavelingsgebieden kampen met meer verkeersdoden, hogere echtscheidingspercentages en een grotere prevalentie van obesitas. ‘Voor ons klimaat zorgen kan ons op heel wat andere manieren gelukkig maken.’

Van Broeck erkende tot slot dat we in Vlaanderen op een aantal vlakken niet slecht bezig zijn. ‘We zijn derde in Europa wat betreft recyclage.’ Dit illustreert voor hem dat we het dus goed doen als we dat willen. ‘Het is een cross-border uitdaging waar we enkel door samenwerking uit zullen geraken. Ik denk dat we het talent in huis hebben in dit sterk Vlaanderen om dat goed te doen.’

Top