Melkveehouderij de Ploeg zet in op ecologische landbouwpraktijken

Melkveebedrijf de Ploeg installeerde in 2014 een pocketvergister van Biolectric om groene stroom en warmte te produceren met mest van de boerderij. Het is een opvallende, maar lang niet de enige stap die Ronny Aerts zet om vanuit de landbouw een reële bijdrage te leveren tot een haalbare transitie.

Biolectric startte in 2011 en levert intussen pocketvergisters in een tiental landen. Ronny Aerts van hoeve de Ploeg in het Kempense Herselt is een van de Vlaamse boeren die een pocketvergister van Biolectric liet installeren in 2014.

Melkveebedrijf de Ploeg, geleid door Ronny Aerts en zeven andere familieleden, verwerkt de productie van zijn 125 koeien voor meer dan de helft zelf. ‘Omdat wij onze melk ook zelf verwerken, bijvoorbeeld tot kaas of yoghurt, hebben we veel energie nodig. Toen we een nieuwe stal wilden bouwen, heb ik de beslissing genomen daar een pocketvergister bij te laten aansluiten om zelf in onze energieopwekking te voorzien’, zegt Ronny Aerts.

Hoeve de Ploeg - kalfje

Stroom, warmte en toekomst produceren

De pocketvergisters van Biolectric produceren groene stroom met mest die anaëroob (zonder zuurstof) vergist wordt. Op basis van de mest in de vergister produceren bacteriën het biogas methaan om elektriciteit en warmte op te wekken. Goed voor de portemonnee en voor het klimaat dus, want doordat de vergisting in de pocketvergister gebeurt, komt er veel minder methaan en lachgas in de atmosfeer vrij dan wanneer men mest langdurig opslaat.

Eenmaal de pocketvergister afbetaald is, zal die goed opbrengen: ten eerste produceert het systeem dan energie met bedrijfseigen materiaal en ten tweede moedigt de Vlaamse overheid deze ecologische praktijk aan met groenestroomcertificaten en warmte-krachtcertificaten. Op basis van die certificaten ontvangt de boer overheidssubsidies voor de groene stroom en warmte-energie die hij produceert. (Red.: de Vlaamse overheid ondersteunt pocketverigsters ook via investeringssteun voor randinfrastructuur -> zie kader rechts.)

Hoeve de Ploeg probeert zo veel mogelijk alles zelf te produceren in een gesloten kringloop met zo min mogelijk externe inputs. De pocketvergister past dan ook volledig in deze visie. De mest wordt na de vergisting op het land gebruikt. Hoeve de Ploeg produceert namelijk ook haar eigen veevoer met 70 hectaren gras en 10 hectaren maïs.Hoeve de Ploeg - mestvergister

Het moet ook economisch rendabel zijn

Zowel economische als ecologische motieven trokken Aerts over de streep om een pocketvergister te installeren: ‘We trachten te werken rond de drie p’s: people, planet, profit. We moeten het wel economisch bekijken, anders blijven we niet bestaan. Maar ook het ecologische aspect is belangrijk, want als we met alle boeren blijven boeren zoals we bezig waren, houdt de planeet het ook niet vol. Daarom vind ik dat we het goede voorbeeld moeten geven’, zegt Aerts.

Aerts probeert zoveel mogelijk ecologische praktijken te integreren. Zo is de boerderij bijvoorbeeld afgestapt van grootschalige maïsproductie voor veevoeder: ‘We hebben weinig maïs, want als je maïs in monocultuur zet, heb je ook heel veel extra kunstmest en sproeistoffen nodig. Wij werken dus met gras met daartussen klaver. Klaver haalt gratis stikstof uit de lucht.’

Behoedzame innovatie

Omdat hoeve de Ploeg een voortrekker is wat betreft ecologische landbouwpraktijken trok de melkveehouderij de aandacht van het Innovatiesteunpunt, een initiatief van de Boerenbond en de Landelijke Gilden in partnerschap met Cera en KBC, dat land- en tuinbouwbedrijven begeleidt om een nieuwe richting in te slaan. De Ploeg diende samen met het Innovatiesteunpunt het demoproject ‘De Klimaatploeg’ in.

In ‘De Klimaatploeg’ zou een team van landbouwexperten samengebracht worden om op zoek te gaan naar klimaatvriendelijke landbouwmethoden die ook economisch rendabel en haalbaar zijn. Hoeve de Ploeg zou in het team praktijkexpert en inspiratiebron voor andere land- en tuinbouwers zijn. ‘We willen hiermee een zinvolle basis bieden voor een verdere ontwikkeling van duurzame landbouw. We hopen dat het project wordt goedgekeurd’, zegt Ronny Aerts.

Aerts zou graag nog meer ecologische initiatieven nemen: ‘We moeten het stapje voor stapje doen, want het moet economisch haalbaar zijn. We zijn nu aan het bekijken hoe we onze melkverwerking kunnen aanpassen zodat we daaruit ook warmte kunnen recupereren om iets mee te doen. In het team van het innovatiesteunpunt zit een burgerlijk ingenieur die voor ons gaat bekijken of zonnepanelen ook nog een extra voordeel kunnen opleveren voor ons in het kringloopdenken.’

Ronny Aerts:

Als boeren het roer niet omgooien, houdt de planeet het ook niet vol.
 

Investeringssteun voor randinfrastructuur pocketvergisters

Zoals vermeld in het artikel moedigt de Vlaamse overheid pocketvergisters aan met groenestroomcertificaten en warmte-krachtcertificaten, maar dat is niet de enige ondersteuning.

Met financiering van het Vlaams Klimaatfonds wordt ook VLIF-investeringssteun gegeven voor randinfrastructuur voor pocketvergisters op landbouwbedrijven. Deze zorgt ervoor dat tijdens de verzameling en opslag van mest zoveel mogelijk methaan (zonder verliezen) gerecupereerd wordt om te verbranden in de motor.